Beknopt bierlexicon voor de bierproever

Ale: soortnaam voor hoge gistingsbieren van het Engels type.

Amber: kleur afkomstig van de mout, met name roodbruin, wat karakteristiek is voor sommige bieren.

Bitterheid: bittere smaak van het bier door toedoen van de hop.

Droog: zegt men van een bier dat niet of amper "gesuikerd" smaakt. De term "opdrogen" gebruikt men wanneer de laatste smaaksensatie in de mond droog is.

Gist: is hier ieder micro-organisme dat de omzetting van suiker in alcohol kan bewerkstelligen, dus voor de gisting zorgt.

Gisting: proces waarbij onder invloed van gist suikers worden omgezet in alcohol. In hoofdzaak zijn er twee types bier: de lage gistingsbieren (meestal blonde) en de hoge gistingsbieren (de zogenaamde speciale bieren). Bij de eerste soort wordt het bier tot zowat 10°C afgekoeld tijdens het gistingsproces. Bij hoge gisting bedraagt de temperatuur 20 to 30°C. Men zou de bieren met spontane gisting als een derde categorie kunnen beschouwen. Deze laatste zijn eerder zeldzaam. Een voorbeeld is de Lambik.

Gueuze: dit bier is het resultaat van subtiele mengelingen van verschillende lambiks die 1 tot 3 jaar op eikenhouten vaten hebben gerijpt. Deze bieren ondergaan een gisting op fles.

Hergisting: door toevoeging van een kleine dosis gist en suiker op het ogenblik van het bottelen of op vat brengen van het bier, kan het zijn gisting verder zetten.

Hop: de hopbel geeft het bier aroma en bitterheid en werkt als een natuurlijk bewaarmiddel.

Lambik: bier van gerst en tarwe dat men bekomt door spontane gisting d.w.z. door natuurlijke gist die onder de vorm van micro-organismen in de lucht aanwezig is.

Kleur: de natuurlijke kleur van het bier, afkomstig van de mout. Men spreekt ook van de tint. De kleur van een bier ontdekt men het best door het glas voor een lichtbron te houden en er doorheen te kijken.

Mout: gekiemde en gedroogde gerst. Gerst is naast water het basisingrediënt van bier, hoewel het soms samengaat met of vervangen wordt door een andere graansoort zoals rijst of maïs. Het mouten is gecontroleerd doen kiemen van gerst na onderdompeling in water. De droging achteraf onderbreekt het proces.

Pale Ale: een Engels biertype, amberkleurig, met sterke hopaccenten. Oorspronkelijk moest de term "pale" (bleek) deze bieren onderscheiden van de zwarte "porter" uit Londen.

Rond: zegt men van een bier met body, dat een aangenaam, soepel en zacht gevoel geeft in de mond. Een bier kan licht, middelmatig of uitgepsroken rond zijn. Het gaat hierbij niet om kwaliteitsniveaus. want een lichte rondheid kan perfect passen bij een bepaald bier, terwijl een ander bier bijvoorbeeld kan lijden onder een te ronde haast papperige indruk.

Scotch: bier van hoge gisting volgens Schotse traditie, zeer donker en meestal met een hoog alcoholgehalte.

Stout: bijzonder donker bier, haast zwart, van hoge gisting, gemaakt van gebrande mout.

Water: is het eerste ingrediënt van bier. Het moet zuiver zijn en krijgt dus veel aandacht van onze meesterbrouwers.

Witbier: bier op basis van ongemoute tarwe, dat op fles of vat hergist en niet gefilterd is, wat zijn typisch mistig uitzicht verklaard.

Zoet: noemt men het bier wanneer het een min of meer gesuikerde smaak nalaat.



Over de Berenbak





Organisaties & Clubs




Info in English